woensdag 30 januari 2013

Gewoon jij en ik.


Je gouden ogen, die me zo liefelijk aankijken dat het moeilijk is om niet te lachen. Je perfecte huid, niet te bruin, niet te wit. Alsof het gemaakt is van poeder, te perfect. Je lippen, met een scheve glimlach, waardoor een aantal witte tanden tevoorschijn komen. Je roze, zachte, warme lippen. Zo sierlijk als je beweegt, komen je voeten in mijn richting, ik wil niet knipperen omdat ik bang ben dat je zal verdwijnen. Opeens sta je dicht bij me, en ik ben kwaad op mezelf dat ik dat gemist heb. Je warme hand strengelt zich in mijn haren, en het is alleen nog maar jij en ik. De rest van de wereld bestaat niet meer. Je kleding, ik vraag me af wie ze kiest, met je jeansbroek, maar het lijkt zo anders dan de normale broek, omdat jij hem draagt. Je hemd, met je pull erover. En een jas, maar hoe kan je het koud hebben, als je zo knap bent. Je fluwelen stem, zo zoet als honing. Zo warm als vuur. Je verteld me, dat je van me houd. Mijn ogen beginnen te branden, omdat ik niet knipper. Je ogen staren in de mijne, en ik verdrink. Alsof ik opeens vergeet te zwemmen. Ik  vraag me af wat je denkt, wat je voelt. Wat je wil. We staan in een bos, vol bomen en mos. Hier en daar wat bloemen, en het zonlicht straalt met moeite door de dichte begroeiing. Er huppelt een konijn langs, en ik betrap mezelf erop dat ik knipper. Weer een seconde van de kostbare tijd die ik met je heb. Ik ben bang dat je verdwijnt. Dat opeens je engelen vleugels tevoorschijn komen en je wegvliegt. Het begint te regenen, wat had ik dan verwacht. Het kon niet allemaal perfect zijn. De druppels vielen op je volmaakte gezicht, op mijn haar. Maar het kan ons niets schelen. We denken alleen aan elkaar. Het voelt alsof er uren voorbij gaan, maar het is niet langer dan een vijftal minuten. Ik weet dat er een moment zal zijn waar je hoort te vertrekken. We zijn inmiddels doorweekt. Je komt dichter. Slaat je arm om me heen. Ik zou willen dat het eeuwig kon duren. Gewoon jij en ik. Toen, toen werd ik wakker. Het was moeilijk om te beseffen, mijn kussen had dezelfde kleur als jouw hemd. He voelde warm, alsof je er nog was. Maar je was er niet. Niet meer. Met tegenzin stapte ik uit bed, op weg naar een nieuwe lange dag.

Xoxo, Story Teller.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen